|
Beste vrienden,
Het nieuwe jaar is in 2005 van start gegaan met
de schok van de tsunami. Dat was een nachtmerrie. De gedachte aan de
miljoenen mensen die daaronder geleden hebben is zeer pijnlijk, en
velen van ons zijn nog zwaar onder de indruk van de ramp. Misschien kan
een dergelijke gebeurtenis ons aan het denken zetten over de nietigheid
van een mensenleven en de betekenis van ons bestaan! Behalve strijd en
pijn heeft de tsunami gelukkig ook solidariteit voortgebracht, want
voor het eerst is de hele wereld als één familie bijeengekomen om steun
te bieden.
Aangezien wij allemaal op grote of kleine schaal
de levens van andere mensen beïnvloeden, hoop ik dat wij allemaal de
vreugde mogen voelen van delen en geven. Soms heb ik het gevoel dat
alles in ons leven voorbijgaand is, en wat op het einde overblijft
datgene is wat wij aan anderen hebben gegeven om hen een beter leven te
geven. Wat er ook de oorzak van mag zijn: pijn blijft pijn en als wij
de pijn kunnen verzachten van iemand die we niet eens kennen, dan is
dat een uiting van de ware Liefde, die ons hart zal verblijden !
Er is een verzoek gekomen om een nieuw project
te starten om de kinderen van lepra-patiënten te steunen. We moesten
dus weer een keuze maken. We zijn nu van plan om de fondsen te bekijken
waarover wij beschikken voor het beheer van de Sint-Antoniusschool, en
geleidelijk aan steun te geven aan de kinderen van de lepra-patiënten.
We mogen immers niet vergeten dat we vroeg of laat ook de
schoolgebouwen zullen moeten uitbreiden. Volgend jaar zullen we al meer
dan 400 kinderen hebben...
Om de huidige fase van het schoolproject af te
werken hebben we ongeveer tweehonderdduizend euro geïnvesteerd. Dat
vertegenwoordigt uw giften van een periode van drie jaar.
Alles wat wij hier doen is te danken aan ieder
van jullie, en aangezien we niet met velen zijn is de steun van elk van
jullie juist zo waardevol.
Marc Valentin,
Voorzitter
|
|
Als we nee zouden zeggen op de vraag om hulp van de kinderen van
lepra-patiënten, dan zouden er veel meer op straat eindigen. Ik hoop
dat jullie ook graag meer kinderen op de schoolbanken zien, dankzij dit
project.
|
De Sint-Antoniusschool heeft een bus !
Er zijn maar een paar mensen in de dorpen die beschikken over fietsen
of bromfietsen. Om naar de markt of naar de stad te gaan wandelen de
dorpsbewoners vele kilometers, en het vergt zelfs heel wat tijd om
alleen maar naar de grote baan te stappen. Het is in de gegeven
omstandigheden dan ook onmogelijk voor de kinderen om naar school te
komen zonder transportmiddel. We hadden eerst een jeep, maar het kostte
uren om alle kinderen naar huis te brengen omdat daar verschillende
ritten voor nodig waren. Het was ook moeilijk om iedereen ’s morgens op
tijd op school te krijgen om de lessen op tijd te laten beginnen. De
bus kan 80 tot 90 kinderen vervoeren in één keer. We hopen hen
duidelijk te kunnen maken dat ze met de fiets moeten komen als ze
groter worden.
|
|
De kinderen in onze school zijn tussen 4 en 9 jaar oud. Zij hebben een vervoermiddel nodig om naar school te kunnen komen.
|
Bouwperikelen
| Het blijft worstelen om de gebouwen op tijd klaar te krijgen. Alleen al
doordat het dorp zo afgelegen ligt is het moeilijk om het werk te doen
vooruitgaan. Er is geen elektriciteit, zodat we geen efficiënte
werktuigen kunnen inzetten om de vloeren vlak te krijgen, enz. We
hebben zelfs meer geld moeten investeren omdat veel taken die normaal
zouden uitgevoerd worden met behulp van elektriciteit, moesten gebeuren
met aandrijving door een benzinemotor. De aannemers zijn niet zo blij
dat ze elk stuk materiaal en onderdeel uit de stad moeten halen. Op dit
ogenblik wordt er gewerkt aan het logies voor de leerkrachten.
Voorlopig logeren zij in de dorpen, waar ze zich zo goed en zo kwaad
als het gaat uit de slag trekken zonder toiletten of zuiver water…
|
|
Het logies voor de leerkrachten is bijna klaar. Het feit dat
bouwmaterialen niet vlot beschikbaar zijn is een grote hinderpaal voor
de vlotte voortgang van de werken.
|
Familiebezoek
|
|
's Zaterdags is de school open tot 12.00u. ‘s
Namiddags gaan de leerkrachten op bezoek bij de leerlingen. Deze
huisbezoeken helpen ons om goede relaties op te bouwen met alle dorpen
in de omtrek en ook om de families beter te leren kennen. Op zes
maanden tijd hebben alle kinderen zo’n huisbezoek ontvangen. Aangezien de vrouwen hier hun huis niet uitkomen, is dat het moment waarop de leerkrachten met de moeders kunnen praten.
|
| |
« Mijn kind weet al meer dan ik en ik sta er versteld van hoe groot ze is geworden». (De moeder van Rekha) |
Een nieuw project voor het jaar 2005
De laatste jaren heb ik vaak kinderen van lepra-patiënten gesproken, om ze vervolgens te laten opnemen in een
school met internaat in Delhi die door een religieuze congregatie wordt
beheerd. De priester die daarover gaat geeft mij telkens het aantal
kinderen op waarvoor in een gegeven jaar plaats is – meestal 10 tot 14.
Het was voor mij altijd een marteling om te moeten
kiezen welke kinderen naar het internaat mochten gaan. Er kwamen er
altijd zo veel, met hun hoopvolle ouders die hun eigen kind zo graag
wilden laten gaan. Het eindigde er altijd mee dat we de meeste van hen
moesten afwijzen, wetende dat ze dan dikwijls met hun ouders zullen
meegaan om te bedelen.
De internaten voor kinderen van lepra-patiënten die
door religieuze congregaties worden beheerd zijn oorspronkelijk
opgericht om de kinderen bij hun ouders weg te halen omwille van de
kans op besmetting. Aangezien het medicijn tegen lepra intussen
gemakkelijk verkrijgbaar is, kan lepra intussen beschouwd worden als
een minder gevaarlijke ziekte, zodat de kinderen bij hun ouders kunnen
blijven en het aantal kinderen dat naar het internaat gaat sterk
gedaald is. Een paar maanden geleden ontmoette ik tijdens een bezoek
aan een leprozenkolonie de jonge Vinod, een van de kinderen die we niet
naar het internaat konden sturen, al bedelend op straat met zijn
ouders. Als ze eenmaal gewoon zijn te bedelen, is het moeilijk om hen
nog naar school te sturen om te studeren.
Aangezien internaten duur zijn is de enige manier
die wij kunnen bedenken om hen te helpen, hen naar de locale scholen te
sturen. De lepra-kolonies liggen in de buurt van de steden, en daar
bevinden zich goede scholen. Het zou dus volstaan om hun schoolgeld te
betalen om ervoor te zorgen dat de kinderen onderwijs kunnen genieten.
We hebben al enkele van de kinderen in scholen
ingeschreven en we hopen er nog meer te kunnen helpen. En we zijn
jullie dankbaar voor jullie steun, die ons in staat stelt om dit nieuwe
project op te starten.
Molly Sebastian,
Projectmanager
| |
|
Ik was in India in december 2004 voor het begin van het project. Steun ons nieuwe project... Praat erover met mensen die u kent en help méér kinderen van lepra-patiënten om naar school te gaan ! |
|